Informatie over Afrika

 

1 Dit is Afrika

2 Zo ziet het werelddeel er uit

3 Mens en dier

4 Geschiedenis

 

 

1. Dit is Afrika

 

1.1 Landkaart

Als je een 16de-eeuwse landkaart van Afrika bekijkt, zie je in het midden van dit werelddeel grote witte plekken. Het eerste wat Europeanen deden met Afrika was er omheen varen: de binnenlanden durfden ze niet goed in te trekken. Er waren ondoordringbare wouden, onbegrijpelijke inwoners, levensgevaarlijke dieren, afschuwelijke ziektes en hete woestijnen die niet bepaald uitnodigden tot een tochtje.

 

1.2 Eerste

Eén van de eerste Europeanen die het wel aandurfde, was Friedrich Hornemann in de 18de eeuw. Ook dr. Livingstone, een zendeling die het christendom in Afrika wilde brengen, was één van de eersten.

De West-Europese ontdekkers wilden de watervallen, bronnen en bergen etc. namen geven, maar natuurlijk hadden de inwoners van Afrika dat zelf ook al gedaan. Daardoor kreeg je veel vreemde dubbele namen. Net zo vreemd, als bijv. een Afrikaan op Texel zou komen en zou zeggen: "Ik heb dit eiland ontdekt, ik noem het Malabo!"

 

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina

 

2. Zo ziet het werelddeel er uit

Afrika is het op één na grootste werelddeel (ruim 30.000.000 km2); alleen Azië is groter. Het werelddeel lijkt wel wat op Zuid-Amerika en Australië. Het grote verschil is dat Afrika geen lange gebergten heeft.

 

2.1 Bergen

Er zijn in Afrika veel gebieden met een hoogte van meer dan 2000 m. De hoogste berg van Afrika is de Kilimanjaro (in het land Tanzania) met een hoogte van 5895 meter.

 

2.2 Wateren

Langs enorme omwegen stromen de meeste Afrikaanse rivieren vanuit het binnenland naar zee. De hoogte van de waterstand hangt altijd af van het seizoen. In Afrika leidt dit tot heel grote verschillen. Kleine rivieren kunnen in de hete, droge tijd, helemaal droogvallen. Zulke rivieren heten wadi's. Doordat in veel rivieren stroomversnellingen, ondiepten en watervallen voorkomen, zijn ze moeilijk bevaarbaar.

 

2.3 De Nijl
De langste rivier is de Nijl, 6671 km lang. Links en rechts van de rivier is landbouw goed mogelijk. De grond is er vruchtbaar omdat de Nijl vaak overstroomt en dan klei achterlaat.

 

2.4 Aswan

Bij Aswan in Egypte werd een dam in de Nijl gebouwd. Achter de dam ontstond het Nassermeer, het grootste kunstmatige meer ter wereld, 500 km lang en gemiddeld 15 km breed. De dam levert elektriciteit en zorgt voor een betere watertoevoer van het Nijlwater. Het aanleggen van de dam had ook nadelen: 10.000 mensen moesten verhuizen en twee Egyptische tempels moesten afgebroken worden, maar verderop werden ze weer opgebouwd.

 

2.5 Ziekte

Door de bevloeiing komt schistosomiasis, een gevreesde tropische ziekte, ook veel meer voor. Mensen krijgen van deze ziekte wormpjes in hun bloed en in hun darmen.

 

2.6 Andere

Andere lange rivieren zijn de Niger, de Kongo en de Zambezi. In de Zambezi liggen de beroemde Victoriawatervallen, op de grens van Zambia en Zimbabwe.

 

2.7 Meren

Het grootste meer van Afrika is het Victoriameer. Het op één na diepste ter wereld is het Tanganjikameer. Een aantal meren, zoals het Tsjaadmeer, zijn eindpunt van de rivier die er op uitmondt: het is er zo warm dat al het aangevoerde water ook weer verdampt. Dit meer zal daarom nooit vollopen.

 

2.8 Regenwoud

Het tropisch regenwoud strekt zich uit van west naar oost, van kust tot kust, ruwweg rond de evenaar. Het woud wordt door biologen wel verdeeld in drie lagen, maar natuurlijk zitten er allerlei kleine lagen tussen.

 

2.9 Drie lagen

Die drie grote lagen zijn:

1.       Enorme bomen (woudreuzen), tot meer dan 60 meter hoog. Ze staan ver uit elkaar en hebben veel ruimte nodig. Aan de voet zijn ze enorm breed door de plankwortels. Een paar meter boven de grond wijkt de stam breed uit in vier of vijf vleugels van hout, die onder de grond aan de wortels vastzitten. Het hout wordt gekapt om te gebruiken voor huizenbouw in de westerse landen. De bevolking gebruikt dit hout om op te koken. Ook worden de bomen vaak gekapt om zo grond vrij te maken voor landbouw.

2.       Bomen van zo'n 40 m staan tussen de woudreuzen in. Het zijn jonge woudreuzen of teakbomen, mahoniebomen en heveabomen (rubberbomen).

3.       De varens- en mossenlaag worden ook wel kruidlaag genoemd. Deze planten hebben weinig licht nodig. Dat krijgen ze ook niet met dat dubbele dak boven zich. De mossen groeien op rotsen en bomen. In deze laag vind je ook de orchideeën en de beroemde lianen (Tarzan!).

 

2.10 Regen

In het regenwoud regent het haast iedere dag, kort en krachtig. Hoe vaak het regent, hangt af van hoe hoog je je bevindt. Door het dichte bladerdak duurt het even voordat de regen de bodem bereikt.

We noemen de regenwouden ook wel "de longen van de aarde". De bomen produceren overdag veel zuurstof en zuiveren de lucht. Op de aarde is nog heel wat bos te vinden, vooral in Noord-Canada, Scandinavië en Rusland. In deze gebieden vind je uitgebreide herbebossingsprogramma's. Dit betekent dat na het kappen van bomen meteen nieuwe bomen worden aangeplant.

 

2.11 Kappen

De landen die regenwoud hebben, verdienen aan de export van hout. Jammer genoeg hebben deze landen niet veel herbebossingsprogramma's. Het kappen van de wouden gaat heel snel. Iedere dag verdwijnt op de wereld een stuk regenwoud van enkele voetbalvelden groot. Hardhout voor de huizenbouw kan vervangen worden door Europees gekweekt hardhout, kunststof of aluminium. Simpelweg geen tropisch hout meer kopen, is maar een halve oplossing van het probleem. Ook Afrikaanse landen hebben geld nodig!

 

2.12 Verhuur

Er zijn al landen die regenwoud verhuren aan rijke lan-den, die op die manier betalen voor de luchtvervuiling die ze produceren. Het teveel kappen zonder herbebossing moet wel gestopt worden. Dat is niet alleen belangrijk voor de zuurstofproductie van de aarde.

Ook zijn nog lang niet alle planten en insecten van het regenwoud bekend. Misschien sterven er door het kappen planten uit, die belangrijk zijn voor het bereiden van geneesmiddelen.

Vele instanties proberen iets te doen aan het verloren gaan van regenwouden. Ze helpen met herbebossingsplannen, ze leren de mensen koken op kleine, dichte houtkacheltjes, waarvoor minder hout nodig is. Met uitgekiende bemesting en bevloeiing is minder landbouwgrond nodig.

 

2.13 Woestijnen

In stripverhalen komen soms woestijnen voor. Heel vaak zijn dat enorme, kale zandwoestijnen waar niets groeit. Zulke woestijnen heten ergs. Toch groeien in de meeste Afrikaanse woestijnen wel plantjes en struiken. Er zijn vetplanten die veel vocht in hun bladeren kunnen vasthouden en er zijn planten met zeer lange wortels, die water vanuit grote diepte kunnen opzuigen.

 

2.14 Sahara

De Sahara (es-Sachra betekent woestijn) neemt een vierde deel van heel Afrika in beslag. Dit gebied is ongeveer net zo groot als de Verenigde Staten van Amerika (bijna 10 miljoen km2)!

Er is veel zand in de Sahara, ongeveer 20%, maar er zijn meer gedeelten die bestaan uit rotsen en stenen. In het zanderige gedeelte komen wadi's voor. Zo'n rivier bestaat maar tijdelijk en droogt snel weer op.

 

2.15 Hard klimaat

Overdag kan het in de Sahara meer dan 50 graden worden. 's Nachts (in de hoger gelegen gebieden) kan het vriezen. Planten en dieren moeten zich aanpassen aan dit harde klimaat.

Tamarisken en acacia's, stekelachtige planten, kunnen het het hele jaar volhouden. In de korte natte tijden kan de natuur ineens gaan leven: heel snel groeien plantjes, ze bloeien, maken zaad en verdorren dan weer.

Het zaad blijft bewaard tot de volgende natte periode. Op plekken waar water uit de grond komt, of omhoog te halen is, zijn oases te vinden. Er groeien bomen en planten, er is schaduw en drinkwater voor mens en dier. Handelskaravanen trokken vroeger van oase tot oase om zo door de woestijn te komen.

 

2.16 Fata Morgana

Als in vlakke gebieden de zon langdurig schijnt, komt het voor, dat de lucht vlak boven de grond heter wordt dan de lucht erboven. Dat temperatuurverschil zorgt ervoor dat die twee luchtlagen als twee spiegels werken waar je tussendoor kunt kijken. Dit verschijnsel heet luchtspiegeling of fata morgana. Soms zie je dan een oase dichtbij, terwijl die nog vele kilometers ver is. 

Misschien heb je wel eens op een warme dag vanuit de auto "plassen" op de weg zien liggen. Als je dan dichterbij kwam verdwenen ze zomaar: dat is nou een luchtspiegeling die bij ons voorkomt.

 

2.17 Sahel

Sahel is het Arabische woord voor "grensgebied". Het is het gebied van de steppen. Steppen vormen de overgang van woestijn naar savanne. Er groeit hard gras en stekelig struikgewas. In dit gebied valt wel meer regen dan in de Sahara, maar toch niet meer dan 400 mm per jaar. De Sahel is in de gehele wereld bekend als een gebied, waar vaak hongersnood heerst.

Die hongersnoden ontstaan doordat de grond weinig vruchtbaar is. Ook zijn er jaren dat er vrijwel geen regen valt, ongeveer 100 mm per jaar (in Nederland valt gemiddeld zeven tot acht keer zoveel regen!).

 

2.18 Uitbreiding

De Sahara breidt zich langzaam uit naar het zuiden. Per jaar gaat zo ongeveer 1000 vierkante kilometer landbouwgrond verloren, omdat de verdroogde vruchtbare grond wegwaait. De Sahellanden proberen oplossingen te vinden door water uit rivieren (de Gambia, de Niger en de Senegal) naar het droge gebied te pompen.

 

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina

3. Mens en dier

 

3.1 Bevolking

Afrika is vrij dun bevolkt, ongeveer 20 mensen per vierkante kilometer. Toch kan in veel gebieden in Afrika niet genoeg voedsel verbouwd worden. Hierdoor lijkt het net alsof die gebieden overbevolkt zijn in plaats van dunbevolkt.

We vertelden al over woestijnen, steppen en oerwouden: de bevolkingsdichtheid is daar ongeveer 1 mens per vierkante kilometer. Steeds meer mensen trekken naar de stad, in de hoop daar een beter leven te krijgen. Op het platteland leven de mensen in families, in stammen. De dorpen bestaan uit een aantal ronde hutten, gescheiden door lage muurtjes. De grote steden zien er met hun wolkenkrabbers juist heel westers uit.

 

3.2 Stammen

Er wonen veel verschillende volken (stammen en groepen) met minstens duizend verschillende talen in Afrika. Ze hebben vaak prachtige rituelen (gebruiken), liederen en gebeden.

Toen de christenen uit de westerse wereld kwamen om de Afrikanen christen te maken, probeerden ze deze gebruiken uit te roeien. Dat lukte niet en in veel Afrikaanse christelijke kerken wordt nu de traditionele Afrikaanse muziek gebruikt in de christelijke eredienst. Door de veelheid aan stammen en culturen ontstaan in Afrika vaak ruzies tussen groepen mensen. Die ruzies kunnen soms leiden tot echte oorlogen. Grote families (stammen) proberen elkaar uit te moorden, zoals in Rwanda en Burundi de Hutu en de Tutsi.

 

3.3 Dieren

In de woestijnen vind je dieren die zich aangepast hebben aan de grote temperatuurverschillen: slangen, hagedissen, schorpioenen en sprinkhanen.

Op de steppen leven antilopen, gazellen, giraffen, zebra's, luipaarden, panters en leeuwen. Dode dieren worden kaalgevreten door hyena's en gieren. Daar waar wat meer bomen staan, komen olifanten en neushoorns voor. In moerassen vind je nijlpaarden en slangen, in het regenwoud de okapi's, gorilla's, chimpansees en tropische vogels zoals papegaaien.

Omdat Madagaskar al heel lang een eiland is, komen daar andere en minder bekende diersoorten voor (bijv. "de  vliegende hond").

 

3.4 Bezoek

Als je het tropisch regenwoud wilt bezoeken, moet je worden ingeënt tegen gele koorts en hepatitis (= ontsteking van de lever), en moet je pillen slikken tegen malaria: muggen en muskieten brengen deze ziekten over. Je moet slapen onder een klamboe, een muskietennet.

 

3.5 Wildparken

Veel dieren zijn te vinden in nationale wildparken, die je vooral in Oost-Afrika ziet. Eén van de bekendste is Serengeti Nationaal Park, een natuurreservaat in het noordwesten van Tanzania, bijna 15.000 km5 groot. Het park wordt veel bezocht door toeristen, die bijvoorbeeld een fotosafari willen maken. Geleerden en natuuronderzoekers werken ook in het park. Helaas wordt het park ook bezocht door stropers, die ivoren slagtanden of de hoorns van neushoorns willen hebben. In het reservaat vind je o.a. olifanten, neushoorns, leeuwen, luipaarden, panters, hyena's, zebra's, giraffen en antilopen.

 

3.6 Voedsel

Op het platteland, waar de meeste Afrikanen wonen, wordt gierst gegeten, een soort maïs, en cassave (waarvan de wortel tot meel gemalen wordt en het loof als groente gegeten kan worden). Deze beide planten hebben alleen in het begin veel water nodig en kunnen groeien op bijna onvruchtbare grond. Daarbij worden in het regenwoud vruchten gegeten zoals papaja, banaan en mango.

 

3.7 Probleem

De Afrikaanse bevolking groeit elk jaar 3%. Dat betekent dat boeren ook 3% meer rijst en tarwe zullen moeten gaan leveren. Hoewel zo’n 75% van de bevolking op het land werkt, levert dit niet genoeg voedsel op. Er moet eten worden ingevoerd. De rijke landen schenken ook vaak voedsel.

 

3.8 De reden

Eén reden van de voedselschaarste is al genoemd bij de Sahel: de verwoestijning (het veranderen van vruchtbare grond in woestijn). Een andere reden is dat regeringen geld gaven aan boeren die export-producten verbouwden (koffie, bananen, rubber). Zo kon het land geld verdienen. Maar voedsel voor de bevolking verbouwen, doen de boeren dan niet meer: dat brengt te weinig op. Dus moet er voedsel ingevoerd (geïmporteerd) worden en is de winst weer uitgegeven.

 

3.9 Verering

Voorouderverering is heel belangrijk voor de Afrikaan. De manier hoe Afrikanen hun godsdienst beleven en hoe ze met hun god omgaan (ze hebben meestal één god) verschilt van land tot land en van stam tot stam.

Zendelingen brachten het christendom vanaf de zeventiende eeuw in Afrika. De islam is vooral in het noorden aanwezig. Arabieren brachten deze godsdienst met zich mee.

 

3.10 Verschillen

Er zijn grote verschillen tussen rijke en arme landen in Afrika. In Libië verdienen de mensen gemiddeld ongeveer € 6500, in Tsjaad maar € 115 per jaar.

De meeste mensen in Afrika werken in de landbouw. We hebben het dan over landbouw die nog veel met de hand en met dieren uitgevoerd wordt. Veel Afrikaanse landen krijgen ontwikkelingshulp van rijke westerse landen, maar het arme land moet van dat geld meestal spullen kopen in het rijke land. Cacao verkopen tegen lage prijzen mag wel, er chocolade van maken en het dan verkopen mag alleen als er heel veel belasting wordt betaald.

 

3.11 Havelaar

Een goed voorbeeld van het tegengaan van deze oneerlijkheid is de stichting Max Havelaar. Deze stichting brengt tropische producten op de westerse markt, zoals koffie, chocolade en bananen. De kopers betalen iets meer voor dit product, maar weten dan dat hun geld bij de boeren terecht  komt en niet bij de grote importeurs van koffie.

 

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina

 

4. Geschiedenis

 

4.1 Gevaren

Behalve dat de ontdekkingsreizigers vele gevaren leerden kennen, ontdekten ze ook de schitterende natuur, bijzondere koninkrijken en unieke beschavingen (de manier waarop mensen samenleven). Afrika bleek ook rijk te zijn aan goud en diamanten.

 

4.2 Slaven

Het meeste geld werd echter verdiend met "het zwarte ivoor", dat is de slavenhandel. Miljoenen zwarte Afrikanen werden door hun eigen mensen op slavenmarkten aangeboden en verkocht. Europese handelaren haalden mannen, vrouwen en kinderen weg uit hun dorpen, stopten ze in veel te kleine schepen en brachten ze naar Amerika om daar te worden verkocht als slaaf. Bijna elk Europees land heeft aan de Afrikaanse kust wel koloniën gesticht.

 

4.3 Twee landen

We noemen twee landen die te maken hebben met Nederland. Eén omdat veel inwoners van dat land in Nederland zijn gaan wonen en één omdat veel Nederlanders in dat Afrikaanse land zijn gaan wonen.

 

4.4 Marokko

In het noorden van Afrika ligt Marokko. Vroeger was het een kolonie van Frankrijk. Toen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw de rijke westerse landen arbeiders voor hun industrie tekort hadden, haalden ze mensen uit landen waar veel werkloosheid was. Eén van die landen was Marokko. De Nederlandse bedrijven haalden vooral mannen uit het Rifgebergte hierheen, met de bedoeling dat ze na enige jaren terug zouden gaan. Dat laatste gebeurde echter bijna niet. Nu wonen de kleinkinderen van die gastarbeiders al heel hun leven in Nederland.

 

4.5 Zuid-Afrika

Het tweede land dat we noemen, is de Republiek Zuid-Afrika. Dit land is ontstaan uit een aanlegplaats voor Hollandse VOC-schepen. Hier konden ze vers water en voedsel inslaan. Ze waren op weg naar Indië en waren bij deze aanlegplaats ongeveer halverwege de reis. Ze hadden goede hoop hun doel te bereiken en noemden deze aanlegplaats dan ook Kaap de Goede Hoop. Veel Nederlandse boeren zijn na de VOC-ers gaan wonen en werken in Zuid-Afrika.

 

4.6 Apartheid

Men spreekt er naast Engels ook Zuid-Afrikaans, een taal die heel veel lijkt op Oudnederlands. In de vorige eeuw heeft de Zuid-Afrikaanse regering tientallen jaren lang geregeerd met de politiek van de apartheid: kleurlingen en blanken moesten geheel gescheiden in het land leven en werken. Zo waren er eigen scholen, kerken, bussen en clubs voor de verschillende bevolkingsgroepen. De blanken, zo'n 5 miljoen, waren de baas over de anderen: 36 miljoen mensen.

 

4.7 Mandela

Het Afrikaans Nationaal Congres ANC, onder leiding van Nelson Mandela, streed tegen deze onrechtvaardigheid. Hij werd 26 jaar gevangen gezet op het Robbeneiland, een gevangeniseiland. In 1994 werd Mandela president van Zuid-Afrika.

 

4.8 Opstanden

Toen de koloniën in de 20ste eeuw één voor één zelfstandig werden, veranderden de oude grenzen niet. Het gevolg was veel opstanden en oorlogen tussen stammen en volken. Een ander probleem is, dat de bevolking van Afrika snel groeit en de landbouw die groei meestal niet aankan.

 

4.9 Schuld

De westerse landen hebben in het verleden Afrikaanse landen "geholpen" met leningen. Het probleem is nu dat de allerarmste landen dat geld niet kunnen terugbetalen. Samen staan de Afrikaanse landen voor meer dan 300 miljard euro's in de schuld! Langzamerhand vinden de rijke westerse landen dat het tijd wordt om die schuld kwijt te schelden.

 

4.10 Probleem

Een kleiner, maar toch belangrijk probleem: honderden jaren hebben ontdekkingsreizigers allerlei kunstvoorwerpen meegenomen naar hun eigen landen.

Nu staan die stukken in musea over de gehele wereld. De Afrikaanse landen willen ze terug, omdat de kunstwerken bij de geschiedenis van Afrika horen.

 

4.11 Aids

Een gezondheidsprobleem dat de Afrikaanse bevolking bedreigt, is aids.

Deze ziekte, veroorzaakt door een virus, tast je immuunsysteem (= de verdediging van je lichaam) aan, dat wil zeggen dat je aan de meest gewone ziektes dood kunt gaan: griep of longontsteking bijvoorbeeld. In Botswana en Zimbabwe bijvoorbeeld heeft meer dan 25% van de mensen ouder dan 15 jaar deze ziekte.

 

4.12 Levensduur

De levensverwachting (dat is hoe oud mensen gemiddeld worden) lag in Zimbabwe in 1980 nog op 54 jaar, in 2000 is dat nog maar 40 jaar. In Senegal, aan de westkust, waar de ziekte nauwelijks voorkomt, liggen die getallen op 37 (1980) en 60 jaar (2000)!

 

4.13 Probleem

Aids is een groot probleem, omdat er nog geen echt genezende medicijnen gevonden zijn. Als die er komen, zullen ze heel erg duur zijn, zodat alleen inwoners van rijke landen die kunnen betalen.

 

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina

Copyright © 2007: uitgeverij Agteres en haar licentiegevers. Alle rechten voorbehouden.

© Foto's (deels): Corel Corporation